zaterdag 30 september 2017

Home visits


Opio Charles trots voor het huis van zijn familie
Tijdens onze Uganda periode in 2011-12, hebben we Melissa en Stuart ontmoet: een leuk Australisch stel dat in de buurt van Kumi een weeshuis ondersteunde van stichting COHAD (Children of Hope and Dignity). We spraken regelmatig met elkaar af en het was heel fijn om ervaringen te kunnen delen over het werken in een heel andere cultuur en de armoede waar je toch nooit echt aan kan of wil wennen. Inmiddels wonen ze sinds enkele jaren weer in de outback van Australië, met hun zoontje en drie geadopteerde kinderen uit Uganda, maar we hebben nog steeds contact met elkaar.
 
Philip met zijn oma die voor hem zorgt
Ze zijn actief betrokken gebleven bij COHAD en hebben een project opgestart waarin ze vijftien kinderen helpen om naar school te kunnen gaan. Het gaat om kinderen die deels of geheel wees zijn uit zeer arme gezinnen en anders nauwelijks een kans hebben. Sommigen wonen bij hun moeder en anderen bij een tante of oma die voor hen zorgt. Soms heeft de moeder (en de vader al voor de geboorte) haar kind achtergelaten of moeten laten, waardoor niemand zich echt verantwoordelijk voelt, zeker als er ook nog sprake is van een lichamelijke of geestelijke beperking. Sommige kinderen wonen dus bij een gezin die zelf al nauwelijks rond kan komen en een extra mond om te voeden en naar school te laten gaan is een (te) grote opgave.
 
Asama Vivian en haar zusje delen een matras
Stuart en Melissa proberen geld bij elkaar te verzamelen voor schoolgeld en om hen een aantal basale spullen te geven, zoals een matras om op te slapen (de meeste kinderen slapen op een rieten mat) of een kleine voedselvoorraad als er echt niets meer is. Aangezien wij nu in Kumi zijn, vraagt Melissa mij soms om met de Ugandese Tom, die het project vanuit hier regelt, mee te gaan om te kijken hoe het met de kinderen gaat en hiervan een verslag te schrijven met foto’s voor de sponsorfamilies in Australië.

de 9-jarige Imachulate Akurut
Zo zijn we ook dit jaar samen twee dagen op een boda (grote brommer) langs de dorpjes gegaan waar de kinderen wonen. Halverwege de eerste dag ook Anne uit school opgehaald, die het maar wat gezellig vond om met alle kinderen te spelen. Ondertussen konden wij dan even met de ouder of verzorger praten over hoe het gaat. Mijn kennis van de lokale taal is nog lang niet goed genoeg, maar Tom kon natuurlijk alles vertalen dus samen werkten we ons door alle vragen van Melissa heen.
Het was heel mooi om te zien hoe sommigen van het weinige dat er is, wat kunnen maken, terwijl helaas bij anderen de situatie behoorlijk schrijnend blijft. Ook de antwoorden waren soms best pittig. Zo hebben eigenlijk alle gezinnen hooguit twee maaltijden per dag en geen dieren, want zelfs het houden van kippen is te duur. De reactie van de kinderen op wat ze doen als ze vrij van school zijn, is eveneens cultuur en plaatsgebonden: water halen, de compound aanvegen en kleding wassen. De vraag wat ze later willen worden, gaf veel verlegen gezichtjes en meestal kwamen de meisjes met verpleegster of lerares en de jongens met dokter of politieagent. Hopelijk zullen ze ieder geval iets kunnen bereiken waardoor ze later voor zichzelf kunnen zorgen.

De vrolijke broertjes Paul (10) en Joffrey (8)
Ook probeert Melissa geld bij elkaar te zoeken om twee slechtziende broertjes, Paul en Joffrey, naar een School for the Blinds te kunnen laten gaan. Ze gaan nu naar een basisschool waar ze redelijk begeleid worden, maar ze hebben eigenlijk specifiek onderwijs nodig en daar zouden ze intern kunnen waardoor ze in ieder geval iedere dag een maaltijd krijgen. Bovendien is het van belang dat er een oogarts hun ogen kan onderzoeken om te voorkomen dat ze verder achter uit gaan. Een andere jongen, Thomas, lijkt een ontwikkelingsachterstand te hebben. Hij is 11 jaar en zit in de eerste klas van de basisschool. Langzaamaan begint hij een beetje vooruit te komen. Veel kinderen in Uganda zitten overigens tot late leeftijd in het basisonderwijs. Een leerling van vijftien in de hoogste groep is in arme gezinnen geen uitzondering.

Uiteraard is best heftig om te zien wat voor verschil het maakt waar je geboren wordt op de wereld en welk toekomstperspectief dat geeft, maar er is voor deze kinderen een beetje hoop: door dit project worden ze in ieder geval niet vergeten!
Ook vorig jaar was onze kleine Anne mee met de home visits
Okurut Patrick in het midden tussen zijn moeder een aantal van zijn broers en zussen
Het huis van Philip heeft één kamer, waar ook een echt bed staat, hierin slaapt hij samen met zijn oma
Tom met de kinderen Mamout, Rehema en Otukei